Harmonisatie peuterspeelzalen en kinderopvang

Peuterspeelzaal-kinderopvang 3bdonderdag 19 oktober 2017

Raadsvergadering 17 oktober 2017

Het onderwerp wat we vanavond bespreken, houdt kort samengevat in dat door de invoering van een nieuwe wet, voor de peuterspeelzalen en de kinderopvang hetzelfde wettelijke kader van toepassing is. En dat voor beiden dezelfde wettelijke vereisten gaan gelden. Het onderscheid tussen de peuterspeelzalen en de kinderopvang valt dus weg en vallen daarmee beiden onder de noemer kinderopvang.

De ChristenUnie heeft zorgen over de invoering van deze wet. Wij zien dat het doel van de peuterspeelzalen in Staphorst duidelijk anders is dan die van de kinderdagopvang binnen onze gemeente. In het raadsvoorstel wordt de nota “De toekomst van de peuterspeelzalen” uit 2007 aangehaald. Destijds is door de raad als doel van de peuterspeelzalen aangegeven: Het verlagen van de schooldrempel voor onze kinderen. Op een speelse wijze zouden de peuters kennis kunnen maken met het schoolleven. Vanwege deze doelstelling zijn ook alle peuterspeelzalen gehuisvest binnen de schoolgebouwen.

De landelijke overheid gaat er vanuit dat peuterspeelzalen en kinderopvang in soort dienstverlening aan elkaar gelijk zijn. Dat is in onze gemeente zeker niet het geval. De invulling van het programma is anders. En ook de haal- en brengtijden van de peuterspeelzalen zijn afgestemd op de schooltijden en niet op de werktijden van de ouders, zoals dat bij de kinderopvang het geval is.

Zoals het college ook benoemd, bestaat de kans dat de ouders afhaken als de peuterspeelzalen onder de noemer van kinderopvang doorgaan. Niet door alle ouders wordt kinderopvang op prijs gesteld. Dit gegeven zal de drempel verhogen voor deelname. Uit het voorstel blijkt dat de peuterspeelzalen er nu juist in slagen om een grote groep ouders te bereiken. Juist omdat de invulling van het dagprogramma van de huidige peuterspeelzalen vrijblijvend is, en niet erg prestatiegericht. Als ChristenUnie-fractie vinden wij deze vrijblijvende invulling een belangrijk gegeven. Natuurlijk zijn we er een voorstander van dat kinderen met een achterstand een goede begeleiding krijgen, om zo te zijner tijd een betere aansluiting te vinden op de basisschool.

Toch maken we ons wat zorgen. In het raadsvoorstel wordt genoemd dat het vrijblijvende van de peutergroepen gaat verdwijnen en de doelen meer prestatiegericht worden. Dat is een ontwikkeling die ons niet erg gelukkig stemt. De vraag die daarbij opkomt is: mogen onze kinderen nog kind zijn, krijgen de kinderen nog de ruimte om zich op eigen tempo, zonder prestatiedruk te ontwikkelen?

Onze fractie is van mening dat het een goed plan is om de peutergroepen komend jaar nog in stand te houden binnen de scholen. Ook om een continu aanbod voor de ouders te kunnen garanderen. Het is immers al bijna 2018. We willen er dan ook op aandringen om voortvarend aan de slag te gaan met het ontwikkelen van de invulling ná 2018. We lezen in het raadsvoorstel dat de communicatie naar de ouders hierover staat gepland voor november volgend jaar. We zouden graag zien dat dit op een eerder tijdstip gaat plaatsvinden.

Dan nog iets over de financiële kant van de zaak. In het raadsvoorstel wordt gesteld dat er voor 2018 geen financiële consequenties zijn. De bekostiging gebeurt deels uit het reguliere budget dat voor uitvoering van peuterspeelzaalwerk beschikbaar is. De vraag die we hierbij willen stellen is: krijgt de gemeente voor 2018 nog een bijdrage van het rijk voor peuterspeelzaalwerk? En zo ja, is deze bijdrage nog gelijk aan de bijdrage die we voor 2017 hebben ontvangen? Deze vraag stellen we, omdat het rijk er immers van uit gaat dat werkende ouders zelf een toeslag aanvragen, zoals dat ook het geval is bij kinderopvang. De rijksbijdrage voor peuters van werkende ouders wordt d.m.v. kinderopvangtoeslag uitbetaald aan de ouders en niet meer aan de gemeente.

Klopt het dat alle kinderen die gebruik gaan maken van de nieuwe vorm van peutergroepen een de VVE-indicatie krijgen? (Voorschoolse- en vroegschoolse Educatie) Deze indicatie is bedoeld voor kinderen met een achterstand. Daar zitten dus bepaalde voorwaarden aan verbonden. Dit roept bij mij vragen op. Het gaat binnen onze gemeente immers juist heel goed met het wegwerken van achterstanden op dit gebied.

Als ander belangrijk aandachtspunt willen we nog de samenwerking tussen de kinderopvang en de peuterspeelzalen benoemen. De peutergroepen moeten in functie aanvullend zijn op wat de kinderopvang biedt. Daarom moet er een goede samenwerking op gang komen tussen deze partijen. We lezen dat er vanuit de kinderopvang grote bereidheid is voor deze samenwerking. De uiteindelijke verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij de partijen zelf, maar wellicht kan de gemeente hierbij wel een rol vervullen.

Samenvattend kunnen we instemmen met de tijdelijke doorstart van de peuterspeelzalen. Wel roepen we het college daarbij op om voortvarend aan de slag te gaan met het ontwikkelen van het beleid voor de peuterspeelzalen voor de periode ná 2018.

« Terug