EVALUATIE SOCIAAL DOMEIN

Evenwicht.jpgdinsdag 04 juli 2017

De evaluatie van het sociaal domein laat over het algemeen een positief beeld zien over hoe zaken in Staphorst zijn opgepakt. Ik denk dat we heel blij mogen zijn met de resultaten uit deze evaluatie. En dat terwijl we vooraf best wel zorgen hadden in hoeverre wij deze grote taken op een goede wijze konden laten landen. Uiteraard blijkt uit de evaluatie ook dat bepaalde zaken beter kunnen.

Toegang

We lezen in de evaluatie dat sommige inwoners uit onze gemeente te lang wachten met het stellen van een hulpvraag. Er moet echt iets aan de hand zijn, wil men hulp vragen. Dat is ook iets wat onderdeel is van de cultuur. Die zelfredzaamheid is in de kern positief, maar dit is ook een effect daarvan.

Er wordt voorgesteld om het Centrum voor Jeugd en Gezin en het Centrum voor Werk en Ondersteuning samen te voegen. Dat lijkt ons een goede ontwikkeling. Er moet meer integraal gewerkt worden en een samenvoeging zorgt voor minder loketten. Wat ons betreft zo snel mogelijk samenvoegen, maar niet overhaast. We vragen aandacht voor de risico’s die er zijn voor een te snelle samenvoeging. Het CJG staat stevig in de benen, maar we lezen ook dat het CWO nog wel een slag te maken heeft.

Samenwerking maatschappelijke partijen

Uit de evaluatie komt naar voren dat de samenwerking met maatschappelijke partijen als onderwijs, wijkverpleging, zorgverzekeraars, etc. goed is. Ook zijn er goede afspraken met huisartsen over doorverwijzing naar jeugdhulp. Als we kijken waar andere gemeenten tegenaanlopen zijn de afspraken die wij met huisartsen kunnen maken toch wel iets waar we heel dankbaar voor mogen zijn. Daar waar in andere gemeenten dit moeizaam verloopt, gaat dat in onze gemeente heel goed. Het aantal directe verwijzingen van huisartsen is wel iets gestegen. Het is goed om hier alert op te zijn.

Onafhankelijke ondersteuning

In het sociaal domein kennen we de onafhankelijke cliëntondersteuning. Dat zijn mensen die worden betaald door de gemeente en de zorgvrager onafhankelijk van advies voorzien. Het is mooi dat we dit kennen, maar inwoners moeten wel van het bestaan weten. En daar schort het aan. In de evaluatie staat dat de bekendheid van de onafhankelijke cliëntondersteuning slechts 25% is. We vragen ons af hoe dat kan. De wet schrijft namelijk voor dat de gemeente de inwoner wijst op het bestaan en de mogelijkheden van cliëntondersteuning. Worden inwoners hier voldoende op gewezen? Overigens wijkt de bekendheid niet af van het landelijke beeld en komt ook uit landelijke onderzoeken van o.a. de Nationale Ombudsman en de Raad voor het openbaar bestuur dit zorgpunt naar voren. Het is belangrijk om hier dus meer aandacht voor te krijgen.

Klachten

Het aantal klachten is laag. Dat is natuurlijk positief. Tegelijkertijd zien we dat in andere onderzoeken wel de conclusie wordt getrokken dat er zorgen zijn over de mogelijkheid om klachten in te dienen. De Nationale Ombudsman concludeert dat mensen vaak niet weten waar, hoe en wanneer ze een klacht kenbaar moeten maken. Ons beleid moet er niet op gericht zijn het aantal klachten te laten toenemen, maar het is wel belangrijk dat goed gecommuniceerd wordt over de mogelijkheid tot het indienen van klachten. Dat kunnen immers ook weer leermomenten zijn.

Een vraag die we hierbij hebben is ook of we voldoende zicht hebben op de klachtafhandeling die bij gecontracteerde partijen plaatsvindt. In deze evaluatie lezen we daar niet direct iets over terug. Houden we dat ook bij en wordt gevraagd om dat terug te koppelen naar de gemeente?*

Statushouders in de bijstand

Uit de evaluatie komt naar voren dat het aantal mensen in de bijstand de afgelopen jaren is gegroeid. De contactmomenten waren te weinig en de kwaliteit was ook niet optimaal. Dit had voor een groot deel te maken met een capaciteitsprobleem. We begrijpen dat dit inmiddels is opgelost. Had niet eerder actie moeten worden ondernomen.

Voor de helft bestaat deze groep uit statushouders. In 2015 is deze groep toegenomen. We lezen vreemd genoeg dat er vanaf toen een verminderende aandacht was voor deze groep vanwege andere prioriteiten. Dat vinden we opmerkelijk omdat we hier zowel in 2015 als 2016 als raad aandacht voor hebben gevraagd. We hebben toen immers een vangnetuitkering moeten aanvragen en bij de behandeling in de raad is toen door deze raad al gewezen op aandacht voor deze groeiende groep. Graag een reactie van het college hierop.

Tot slot

De evaluatie is omvangrijk en er zou nog meer te zeggen zijn. We hebben ons beperkt tot een aantal onderwerpen die ons opvielen uit deze evaluatie. Over het algemeen zijn wij heel tevreden met de resultaten uit deze evaluatie. Het evaluatierapport biedt ook goede handvatten om het sociaal domein nog beter in te richten.

Alwin Mussche

« Terug